|
Enquêtes onder een aselecte steekproef van bedrijven kunnen alleen als representatief beschouwd worden, als de geenquêteerde steekproef zelf representatief is voor de economie als geheel.
Dit betekent:
- Stemt de sectormix van de geenquêteerde steekproef overeen met de sectormix van de economie als geheel?
- Zijn de geenquêteerde bedrijven representatief voor de economie als geheel met betrekking tot bedrijfsomvang?
- Is de regionale spreiding van de geenquêteerde bedrijven vergelijkbaar met die van de bedrijven in het algemeen?
In vergelijking met de CBS-gegevens (2006) zijn de volgende kanttekeningen met betrekking tot de representativiteit van de EMS in Nederland (2007) te maken:
Ten aanzien van de sectoren zijn er grotere afwijkingen te vinden in vijf van de 15 sectoren, te weten voedings- en genotmiddelen, transportmiddelen, en papier, karton incl. drukkerijen (deze zijn ondervertegenwoordigd in het EMS-onderzoek in Nederland) en metaalproductie en –producten, en machines en apparaten (oververtegenwoordigd).
Ten aanzien van de bedrijfsgrootte is er een grotere afwijking te vinden in 1 van de 6 grootteklassen, te weten in de klasse kleine bedrijven met 10 tot 19 werknemers (ondervertegenwoordigd).
Ten aanzien van de regionale verspreiding bestaan er grotere afwijkingen in 3 provincies, te weten Noord-Holland, Drenthe en Groningen (ondervertegenwoordigd).
Hiermee rekening houdend, weerspiegelt de Nederlandse EMS-database in voldoende mate de Nederlandse maakindustrie wat betreft sector, bedrijfsgrootte en regio.
|